Co-infecties

De gevolgen die PRRSv voor geïnfecteerde dieren en populaties heeft, kunnen sterk variëren. De effecten van het virus hangen namelijk af van de virulentie van de betreffende PRRSv-stam, de leeftijd en gevoeligheid van de betreffende dieren, de omgeving waarin de dieren zich bevinden en de bedrijfsvoering (vaccinatiebeleid, maatregelen op het gebied van biosecurity etc.).

Bij PRRSv-infecties is ook de eventuele interactie van dit virus met andere op het bedrijf aanwezige ziekteverwekkers van groot belang. Hier kunt u lezen over onderzoek dat gedaan is naar interacties tussen PRRSv en enkele van de ziekteverwekkers die het meest aangetroffen worden op varkensbedrijven.

Wordt PRRSv vaak samen met andere ziekteverwekkers aangetroffen?
Al bij enkele van de eerst waargenomen PRRS-uitbraken bleek PRRSv tegelijk met een of meerdere andere virussen of bacteriën voor te komen. Tussen 1992 en 1994 zijn door Zeman (1996) 221 afzonderlijke klinische gevallen van PRRS onderzocht.  Bij 60,2% van de door PRRS veroorzaakte gevallen van pneumonie was volgens Zeman sprake van een pulmonale co-infectie, waarbij het in de meeste gevallen om een bacteriële infectie ging.  De 3 meest aangetroffen ziekteverwekkers die interactie met PRRSv vertoonden, waren P. multocida (30%), S. suis (20%) en H. parasuis (14%).  Deze pulmonale co-infecties verklaren waarom er zo vaak zowel laesies als gevolg van interstitiële pneumonie als laesies als gevolg van bronchopneumonie gevonden worden.

Afbeelding 1. De verschillende gelijktijdig aanwezige ziekteverwekkers die geïsoleerd werden bij pneumonie veroorzaakt door PRRS (in %)


Bij een recenter onderzoek onder 147 bedrijven stelde Velasova (2012) vast dat 53,3% van de PRRSv-positieve bedrijven ook positief was voor het influenzasubtype H1N2, terwijl slechts 40% van de PRRSv-negatieve bedrijven H1N2-positief was. Een vergelijkbaar verschil werd gevonden voor het influenzasubtype H1N1 (31,1% t.o.v. 12,9%) en voor App (84,8% t.o.v. 65,9%).  De enige uitzondering was PCV2. Dit virus werd bij PRRS-positieve bedrijven even vaak aangetroffen als bij PRRS-negatieve bedrijven (respectievelijk bij 89,1% en 89,4%).
Fablet et al. (2012) hebben bij 125 Franse varkensbedrijven onderzoek gedaan en monsters van varkens afgenomen.  Daarbij vonden ze een verband tussen het aandeel varkens met antistoffen tegen PRRSv en de prevalentie van M. hyopneumoniae en tussen het aandeel varkens met antistoffen tegen het influenzavirus (H1N1 en H1N2) en de prevalentie van A. pleuropneumoniae (bij varkens met een leeftijd van 22 weken).

In afbeelding 2 is te zien dat PRRS gepaard gaat met hogere pneumoniescores en pleuritis. M. hyopneumoniae en H1N1


Wat zijn de gevolgen van een co-infectie met PRRSv en andere ziekteverwekkers?
De hierboven beschreven onderzoeken hebben aangetoond dat er een duidelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van PRRS en de aanwezigheid van andere ziekteverwekkers op het bedrijf. Niet alle co-infecties hebben echter dezelfde gevolgen.  Sterker nog, dergelijke interacties laten zich maar lastig bewijzen en in kaart brengen.  Daarom hebben verschillende groepen onderzoekers geprobeerd om modellen te ontwikkelen voor het bestuderen van co-infecties met het PRRS-virus en verschillende andere virussen of bacteriën.
De bevindingen van enkele onderzoeken waarmee geprobeerd is inzicht te krijgen in de interactie tussen PRRSv en andere vaak op varkensbedrijven aangetroffen ziekteverwekkers, zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

Tabel 1. Een overzicht van de voornaamste waargenomen interacties tussen PRRSv en andere onder varkens voorkomende virale of bacteriële ziekteverwekkers
 
S. suis
PRRS vergroot de gevoeligheid voor S. suis.
Bij gebruik van een hoogvirulente PRRSv-stam nam de gevoeligheid voor S. Suis extra toe.
Doordat PRRSv de klaring remt, namen de disseminatie in het weefsel en de aan S. suis gerelateerde ziekten toe.
P. multocida Dit is een van de ziekteverwekkers die het vaakst gelijktijdig wordt aangetroffen bij varkens met door PRRS veroorzaakte pneumonie (bij 30%). Bij experimentele modellen is echter niet aangetoond dat er sprake is van interactie.
H. parasuis
PRRS-infectie bleek de fagocytose van H. parasuis te beperken.
De alveolaire macrofagen in de longen van met PRRSv geïnfecteerde varkens bleken minder goed in staat te zijn om H. parasuis te vernietigen.
App
Als er ook sprake was van een PRRSv-infectie, werden er meer gevallen van pneumonie waargenomen dan bij alleen een infectie met App.
PRRSv predisponeert voor een hevigere App-infectie.
Eerdere infectie van alveolaire macrofagen in de longen met App bleek de ontwikkeling van PRRSv-infecties te belemmeren.
M. hyopneumoniae
Varkens die zowel met M. hyopneumoniae als met PRRSv geïnfecteerd waren, hadden ernstigere klinische verschijnselen dan varkens die slechts met een van beide ziekteverwekkers waren geïnfecteerd.
Ook werd onder varkens met de co-infectie een groter aandeel dieren met longlaesies, een groter aandeel dieren met klinische verschijnselen en tragere eliminatie van het virus waargenomen dan onder dieren die met slechts één ziekteverwekker waren geïnfecteerd.
Influenzavirus
Een eerder opgelopen PRRSv-infectie verergert een latere infectie met het influenzavirus of PRCV.
Co-infectie met PRRSv en het influenzavirus resulteerde bij varkens in zeer ernstige en lang aanhoudende luchtwegproblemen.
PRCV
Een eerder opgelopen PRRSv-infectie verergert bij varkens met een co-infectie de door PRCV veroorzaakte klinische verschijnselen.
Bij varkens met deze co-infectie werd onderdrukking van de cytotoxische werking van de tot de aspecifieke afweer behorende NK-cellen waargenomen.
PCV2
Bij met PCV2-geïnfecteerde varkens die ook een PRRSv-infectie hadden, was het aantal PCV2-deeltjes hoger en waren meer weefsels door PCV2 aangetast.
Microscopische laesies waren bij varkens met de co-infectie ernstiger en in meer weefsels aanwezig dan bij varkens die alleen met PCV2 geïnfecteerd waren.
De effecten van de interacties kunnen variëren afhankelijk van het moment waarop de infecties hebben plaatsgevonden.
Een opgelopen PRRSv-infectie kan de replicatie van PCV2 bevorderen, terwijl een eerder of gelijktijdig aanwezige infectie met PCV2, infectie met PRRSv gedeeltelijk kan belemmeren.

In de meeste gevallen heeft PRRS een bevorderend effect op gelijktijdig aanwezige andere ziekteverwekkers. PRRS kan namelijk de varkens vatbaarder maken voor andere infecties, de klinische verschijnselen en laesies verergeren en de duur van de door de secundaire ziekteverwekker veroorzaakte pneumonie verlengen.  M. hyopneumoniae bleek juist varkens vatbaarder te maken voor PRRSv-infecties, en in twee gevallen bleek een eerder opgelopen infectie met App of PCV2 de ontwikkeling van PRRSv-infecties te belemmeren.
Gelijktijdige aanwezigheid van PRRS en een andere door virussen of bacteriën veroorzaakte ziekte leidt tot ernstigere en langer aanhoudende luchtwegproblemen.  Deze co-infecties, naast factoren als de omgeving, gevoeligheid van de dieren en de bedrijfsvoering, zijn verantwoordelijk voor een aanmerkelijk deel van de tussen bedrijven waargenomen verschillen voor wat betreft de economische gevolgen van PRRS.