Vruchtbaarheidsgerelateerde symptomen

Onder niet-immune zeugen is het verloop van de infectie voor drachtige en niet-drachtige zeugen heel verschillend. 
 

Niet-drachtige volwassen zeugen hebben doorgaans lichte of helemaal geen klinische verschijnselen. Als er al sprake is van klinische verschijnselen, beperken deze zich tot lichte koorts en verminderde eetlust gedurende enkele dagen. Het is niet bewezen dat er replicatie van het virus plaatsvindt in eicellen, al kan PRRSv wel korte tijd worden aangetroffen in macrofagen in degenererende ovariële follikels.

Bij drachtige zeugen zijn de gevolgen van de infectie afhankelijk van het moment van de dracht waarop de zeug geïnfecteerd raakt.
PRRSv kan namelijk pas vanaf dag 72 van de dracht de placenta passeren. Als de zeug na dag 72 van de dracht geïnfecteerd raakt, worden ook de foetussen geïnfecteerd en kan de zeug verwerpen. Tussen verworpen biggen bevinden zich veelal gemummificeerde exemplaren. Ook is het mogelijk dat de zeug te vroeg of juist te laat werpt, of een combinatie van levende (doorgaans viremische en gering levensvatbare), gemummificeerde en dode biggen werpt.
                                                                            
                                                                            

​Als de zeug eerder in de dracht geïnfecteerd raakt, is onduidelijk welke gevolgen de infectie heeft. Al tijdens de eerste onderzoeken hiernaar bleek dat inoculatie van drachtige zeugen vóór dag 90 van de dracht aanmerkelijk minder vruchtbaarheidsproblemen opleverde, zelfs wanneer er een hoogvirulente stam werd gebruikt. Men gaat ervan uit dat infecties die vóór de innesteling plaatsvinden, geen vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken. PRRSv is namelijk niet in staat de zona pellucida (een beschermend omhulsel om de eicel) te passeren.

Er bestaat geen doorslaggevend bewijs omtrent de betrokkenheid van PRRSv bij het optreden van vroeg-embryonale of foetale sterfte die is waargenomen in de vorm van onregelmatige terugkomers of vroege verwerpers (vóór dag 72 van de dracht). Er is echter wel bewijs dat het virus placentitis zou kunnen veroorzaken.