Transmissie

Transmissie (overdracht) vindt overwegend plaats door nauw onderling contact tussen varkens, of door blootstelling aan besmette lichaamsvloeistoffen (sperma, bloed, afscheiding) via bijvoorbeeld besmette naalden, overalls en laarzen.

Stabiliteit
Aangezien PRRSv een virus met een uit lipiden bestaande virusenvelop is, hebben zaken als temperatuur, pH-waarde en reinigingsmiddelen invloed op de overleving van het virus buiten de gastheer. PRRSv is hittelabiel, maar bij temperaturen tussen 4 °C en -70 °C relatief stabiel. Vooral oplosmiddelen als chloroform en ether zijn goed in staat om de lipidenenvelop aan te tasten. Het virus zal bij een pH-waarde van 6,5-7,5 stabiel blijven, maar bij een hogere of lagere pH-waarde minder infectieus zijn. 

Dragers
PRRSv is officieel geen persisterend (blijvend) virus.  Het PRRS-virus resulteert echter wel in een chronische, ‘persisterende’ infectie bij geïnfecteerde varkens (de dragers). Het virus zal zich in geïnfecteerde dieren namelijk meerdere maanden blijven vermeerderen. Bij ongeveer 85% van de varkens kan 100 dagen na het oplopen van de infectie nog virus worden geïsoleerd. Over de situatie na deze 100 dagen zijn maar weinig gegevens bekend. Bij voor onderzoeksdoeleinden geïnfecteerde varkens is door onderzoekers 132 dagen na het moment van infectie nog virus geïsoleerd (University of South Dakota). Ook is het onderzoekers gelukt om 150 dagen na inoculatie nog virus te isoleren bij 2 van in totaal 5 varkens (University of Nebraska-Lincoln), en om 157 dagen na inoculatie nog virus te isoleren bij 1 van in totaal 4 varkens (Iowa State University). De lymfeklieren en tonsillen zijn de voornaamste locaties waar het PRRS-virus aanwezig blijft. Er is tot 157 dagen na het oplopen van de infectie nog virus geïsoleerd uit tonsilschraapsel en tot 255 dagen na inoculatie nog viraal nucleïnezuur aangetoond in tonsilweefsel (met een PCR-test). Toch lijken varkens niet levenslang geïnfecteerd te blijven. Aangenomen wordt dat de meeste dieren uiteindelijk weer infectievrij zullen worden.
Het persisterende karakter van de infectie is het belangrijkste epidemiologische kenmerk van het PRRS-virus. Dragers vormen een constante bedreiging. Aanwezigheid van dragers gaat namelijk gepaard met een kans op overdracht naar vatbare varkens op het bedrijf en het tot ontwikkeling komen van een PRRS-uitbraak. Op het moment is het technisch nog niet mogelijk om de dragers binnen een bedrijf nauwkeurig, snel en goedkoop in kaart te brengen. Noch afwezigheid van viremie, noch de concentratie antistoffen in het serum geeft informatie over het dragerschap. Er zijn zelfs dragers geweest waarbij een commerciële ELISA-test een lage antistofconcentratie in het serum liet zien, bijv. een S/P-ratio <0,40. Het bestaan van dragers bemoeilijkt dan ook alle aspecten van de preventie en beheersing van PRRS.

Transmissie tussen varkens
Bij varkens is uit uiteenlopende soorten af- en uitscheidingsmateriaal PRRSv geïsoleerd, onder meer uit bloed, sperma, speeksel, feces, aerosolen, melk en biest. Over virusuitscheiding via de feces bestaat nog veel discussie. Bij sommige onderzoeken werd namelijk van dag 28 tot en met dag 35 na het oplopen van de infectie virus in de feces aangetroffen, terwijl bij andere onderzoeken helemaal geen virus gevonden werd in fecesmonsters.

Transmissie vindt overwegend plaats door nauw onderling contact tussen varkens, of door blootstelling aan besmette lichaamsvloeistoffen (sperma, bloed, afscheiding) via bijvoorbeeld besmette naalden, overalls en laarzen. Bij rechtstreekse transmissie zijn het sociale gedrag en de interactie tussen verschillende varkens van belang en dan vooral het agonistische (vecht- en vlucht-) gedrag dat vertoond wordt wanneer de dieren hun rangorde bepalen. Bij rangordebepaling lopen varkens veelal schaaf- of bijtwonden op, bijvoorbeeld op de schouders, nek en kop en zo kunnen ze bloed en speeksel uitwisselen. Als dat bloed of speeksel het virus bevat, kan de uitwisseling ervan resulteren in infectie. Ook bij staart- of oorbijten kunnen varkens bloed en speeksel uitwisselen en dus het virus overdragen.

Transmissie tussen varkens op hetzelfde bedrijf
Als er op een bedrijf eenmaal infectie heeft plaatsgevonden, zal het PRRS-virus in veel gevallen voor altijd op het bedrijf blijven circuleren. Spontane eliminatie van het PRRS-virus op varkensbedrijven is gemeld, maar is zeldzaam. Het virus wordt in stand gehouden doordat dragers het overbrengen op vatbare dieren die als gevolg van aankoop of geboorte nieuw op het bedrijf zijn. Antistoffen die de zeug naar de big overdraagt kunnen pasgeboren biggen enige immunologische bescherming tegen infectie geven, maar deze bescherming is onvolledig en houdt maar kort aan. Wanneer vatbare en infectieuze varkens bij elkaar worden gebracht, zoals bij het spenen, kan in een mum van tijd een groot deel van de groep geïnfecteerd raken. Soms ontkomen varkens lange tijd aan infectie, zelfs in zoverre dat er seroconversie gemeld is bij jonge zeugen op bedrijven die hun eigen vervangingsgelten voortbrengen. De aanwezigheid van subpopulaties bestaande uit uit vatbare gelten of zeugen op vermeerderingsbedrijven met een endemische infectie, kan het periodiek optreden van PRRS-uitbraken gedeeltelijk verklaren.

In de onderstaande tabel staan enkele voorbeelden van factoren en werkwijzen die de overdracht van PRRS binnen een bedrijf in de hand werken.
Zeug - Zeug Zeug - Big Big - Big
Naalden
Aanvoer van gelten
Immunisatie met bedrijfseigen besmettingsmateriaal
Waterbakken
Groepshuisvesting
Overleggen van biggen
Pleegzeugen
Overleggen van biggen
Bij ingrepen gebruikte instrumenten
Biggennesten
Zeugen laten biggen volgens continusysteem

Transmissie tussen varkens van verschillende bedrijven
Transmissie (overdracht) tussen varkens van het ene bedrijf en varkens van een ander bedrijf komt voor, maar veelal wordt dit pas ver na het moment van transmissie ontdekt dat de herkomst van het virus niet meer exact kan worden achterhaald. Meestal is de oorzaak van dergelijke transmissie de aanvoer van geïnfecteerde dieren. Na PRRS-uitbraken eind jaren 90 van de vorige eeuw vermeldde dr. Scott Dee (University of Minnesota) dat door 8 van de 10 ondervraagde bedrijven fokmateriaal van eenzelfde bedrijf was aangekocht. In Frankrijk was het PRRS-virus naar verluidt in 56% van de gevallen via aangevoerde geïnfecteerde varkens, in 20% van de gevallen via besmet sperma, in 21% van de gevallen via besmette fomieten (zaken die de besmetting kunnen overbrengen zoals huidschilfers, kleding etc) en in 3% van de gevallen op onbekende wijze het bedrijf binnengekomen.
In gebieden met een hoge varkensdichtheid komen ‘buurtinfecties’ relatief vaak voor. Hierbij gaat het om transmissie zonder duidelijk aanwijsbare dierlijke of menselijke infectiebron. Van de bedrijven die in Frankrijk via buurtinfectie geïnfecteerd raakten, bevond 45% zich in een straal van 500 meter van een eerder geïnfecteerd bedrijf, en bevond slechts 2% zich op een afstand van 1 kilometer of meer van het bedrijf waar de uitbraak begonnen was. Het is nog niet helemaal duidelijk via welke mechanismen buurtinfecties plaatsvinden. Aanvankelijk ging men ervan uit dat buurtinfecties hoofdzakelijk veroorzaakt worden door verspreiding van het virus via de lucht, maar uitgebreid onderzoek met aerosolen heeft deze hoofdrol voor transmissie via een aerosol niet kunnen onderbouwen. Bij experimenteel onderzoek bleken vliegen en muggen het PRRS-virus te kunnen overdragen, maar verder onderzoek moet uitwijzen of insecten in de praktijk daadwerkelijk het virus van het ene naar het andere bedrijf kunnen overbrengen. Omdat buurtinfecties heel belangrijk zijn bij de regionale beheersing van PRRS, wordt daar momenteel veel onderzoek naar gedaan.

Transmissie via andere diersoorten dan varkens
Het is niet precies bekend welke rol andere diersoorten spelen bij de epidemiologie van het PRRS-virus. Onderzoek duidt erop dat honden, katten, stinkdieren, wasberen, opossums, ratten, muizen, cavia’s, huismussen en spreeuwen niet vatbaar zijn voor infectie met het virus. Voor wat betreft de vatbaarheid van vogelsoorten voor het PRRS-virus zijn tegenstrijdige gegevens gevonden. Het PRRS-virus is aangetroffen bij muggen en huisvliegen die op varkensbedrijven gevangen waren, maar men moet nog vaststellen hoe groot de rol is die insecten spelen bij de epidemiologie van het virus. Al met al worden geïnfecteerde varkens en met het virus besmet sperma gezien als de belangrijkste routes voor insleep van het PRRS-virus op een bedrijf.