De achtergronden van de PRRS-vaccins

01-02-2016


Article by:

Deskundige Poul Henning Rathkjen

DE ONTWIKKELING VAN EEN VACCIN IS EEN LANGE WEG. DE DEENSE DIERENARTS POUL HENNING RATHKJEN IS ALS GLOBAL TECHNICAL MANAGER PRRS BIJ BOEHRINGER INGELHEIM VERANTWOORDELIJK VOOR DE ONTWIKKELING VAN DE NIEUWE VACCINS INGELVAC PRRSFLEX EU EN REPROCYC PRRS EU. HIJ GEEFT EEN KIJKJE IN DE KEUKEN.

Boehringer Ingelheim brengt al jaren een PRRS-vaccin op de markt. En met succes, het is het meest verkochte PRRS vaccin ter wereld. Vooral in Noord Amerika en Azië wordt dit vaccin veel gebruikt. In Europa is dat relatief minder. Dat heeft onder andere te maken met het type PRRS-virus dat in de verschillende delen van de wereld actief is. In Noord-Amerika en Azië is dat vooral het type 2, in Europa gaat het vooral om type 1. PRRS verandert continu, zowel het virus als ook de inzichten in de wetenschap en de aanpak in het veld. Zo begon meer dan acht jaar geleden een zoektocht naar het juiste vaccin voor Europa.

 

HOE ZIET DE WEG NAAR EEN VACCIN ER UIT?

“We zijn begonnen met de isolatie van twintig verschillende virusstammen van type 1. Daarvan bleven uiteindelijk drie kandidaten over die verder zijn onderzocht op een mogelijke toepassing in een levend vaccin. Dat begint met uitgebreide laboratoriumproeven. Daarbij kijk je naar veiligheid en effectiviteit. Het vaccin moet succesvol zijn in het beperken van zowel vruchtbaarheidsproblemen bij zeugen als longproblemen bij biggen en vleesvarkens. Na vijf jaar laboratoriumonderzoek zijn we in 2012 gestart met het veldonderzoek op Hongaarse varkensbedrijven. In 2014 volgde het registratieproces. Dan ga je ook kijken of je het vaccin constant op hetzelfde kwaliteitsniveau kunt produceren. Uiteindelijk ben je dan acht jaar onderweg voordat je de vaccins daadwerkelijk kunt introduceren.”

HOE BEPAAL JE DE VOOR HET VACCIN GESCHIKTE VIRUSSTAM?

“Het gaat om veiligheid en effectiviteit. Het gebruik van het levende virus in het vaccin mag niet leiden tot extra doodgeboren biggen of dode gespeende biggen. Integendeel. Op varkenshouderijen komen in de praktijk veel verschillende veldstammen voor. Dus moet de in het vaccin gebruikte stam zoveel mogelijk verschillende virusstammen kunnen neutraliseren. Tot slot moet het vaccin leiden tot een zo hoog mogelijke celrespons. Cellen moeten zich bij herhaalde blootstelling ‘herinneren’ hoe ze zich moeten verdedigen. Dat is zeker voor de zeugen belangrijk. Voor deze testen gebruik je veel verschillende veldvirussen uit diverse landen. Het vaccin werkt in de praktijk tot nu toe bij alle in het veld voorkomende virusstammen.”

WAAROM HEBBEN ZEUGEN EN BIGGEN EEN EIGEN VACCIN?

“We gebruiken in beide vaccins dezelfde virusstam. Maar bij zeugen ligt de focus op vruchtbaarheidsproblemen en bij biggen op longproblemen. Dat vraagt verschillende aanvliegroutes. Het verschil zit in de dosering en in de adjuvans, de gebruikte vloeistof. Zeugen worden vaker blootgesteld aan het virus dan biggen, dus bij zeugen moet de immuniteit groter zijn. De celrespons moet sterker zijn. Dat is ook waarom biggen met één vaccinatie toe kunnen en zeugen meerdere keren per jaar moeten worden gevaccineerd.”

WAAROM IS HET ZO BELANGRIJK OM ALLE DIEREN TE VACCINEREN?

“Iedereen begrijpt het belang om zeugen te vaccineren. Via de zeug zijn de biggen ook beschermd, maar dat stopt na het spenen. Maar biggen kunnen ook tussen spenen en slacht bloot staan aan het PRRS-virus. Daar komt bij dat biggen een behoorlijke virusvoorraad op kunnen bouwen. Ze zijn daardoor ook in staat lang en veel virus uit te scheiden en zo hok- en stalgenoten te besmetten. Er is dan zelfs een reëel gevaar dat geïnfecteerde biggen weer zorgen voor een herbesmetting bij de zeugen. Dat is een belangrijke reden om ook de biggen te vaccineren. Bovendien zorgt PRRS voor longproblemen en dus uitval bij biggen en vleesvarkens. De impact van PRRS op het aanjagen van problemen in de vleesvarkenstal wordt vaak nog onderschat, zeker in euro’s. Het terugdringen van longproblemen is juist een belangrijke claim van onze vaccins.”

WAAROM ALLE ZEUGEN GELIJKTIJDIG VACCINEREN?

“We willen zeker zijn dat alle zeugen dezelfde immuniteitsstatus hebben. Dat bereik je door de zeugen iedere drie tot vier maanden tegelijkertijd voor de voet weg te vaccineren. Een alternatief is bijvoorbeeld het 6-60 schema, waarop je de zeugen zowel op 6 als 60 dagen na het werpen vaccineert. Maar doordat je altijd te maken hebt met terugkomers en wisselende draagtijden ontstaan er dan kleinere subpopulaties. En dus heb je dan groepen die slechter beschermd zijn dan stalgenoten. Door voor de voet weg te vaccineren bespaar je de zeugenhouder bovendien veel administratie. Hij hoeft niet van iedere individuele zeug

Delen